Metris. Communicatie in bedrijf.
Fransien RooversFransien Roovers op donderdag 30 november 2017

Drie adviezen voor wie echt iets wil leren

Laten we er maar duidelijk over zijn. Een trainer is slechts de facilitator van leren. Uiteraard zijn opleiders in staat om uit te dagen en te inspireren maar de deelnemer moet zèlf gaan leren en iets ánders gaan doen.

Deelnemers aan onze trainingen zijn meestal gemotiveerd en dat helpt enorm. Motivatie zorgt ervoor dat de lerende zich openstelt en zich kwetsbaar opstelt. Daarna zal hij, eventueel met hulp van een trainer, concreet moeten maken wat hij precies wil leren: "overtuigender worden" bijvoorbeeld. Of "duidelijker zijn".
In een training kun je oefenen en onderzoeken welk gedrag voor jou werkt om dit doel te behalen.

Pas als je precies weet wat je wilt leren, hoe dat eruit ziet, als je het kan, ga je ermee oefenen. 

Je vraagt van jezelf om oude gewoontes te veranderen. En dat lukt niet van de ene dag op de andere (helaas). Je moet het plannen.
Wat helpt is om nieuwe gewoontes in te lassen in je dagelijkse leven. Bijvoorbeeld door een afspraak te maken met een collega op een vast tijdstip in de week, waarin hij/zij jou kort feedback geeft op jouw specifieke vraag: "Als ik dit zo vertel, ben ik dan duidelijk?"

Het vraagt aandacht, zo vaak mogelijk en gedurende langere tijd. Ik schreef al eerder over 'Vier onmisbare strategieën voor wie nieuwe vaardigheden wil leren'.

Dus als je echt iets wilt leren, ga dan aan de slag met deze drie adviezen.


1. Stel een persoonlijk doel. Maak dat specifiek, meetbaar en realistisch voor jou. 

2. Bedenk hoe je nieuwe gewoontes een plaats kunt geven in jouw leven.
Waar en wanneer kun je oefenen?

3. Vraag hulp aan collega's bij jouw specifieke leerdoel. Bedenk dat iedereen graag wil leren en beter wil worden in zijn werk. Help elkaar en jezelf.

Het 70:20:10-principe

70% van het leren gaat informeel. Door on-the-job ervaringen, opdrachten en uitdagingen in de praktijk.
Vaak wordt deze categorie aangeduid met informeel leren of ervaringsleren. 
20% van wat wij leren gebeurt door feedback uit de omgeving en leren van goede en slechte (rol)voorbeelden. 
Dit wordt ook wel 
collaboratief leren genoemd. 10% vindt plaats door trainingen, literatuur, e-learnings en het leren in klaslokalen. 
Jennings noemt dit het 
formeel leren. Leren begint dus bij een rijke omgeving van professionals die open staan voor leren. 
Daar kun je informeel leren stimuleren.

Charles Jennings legt het 70-20-10-principe zelf heel duidelijk uit.